|
U vindt er weinig steden – met uitzondering van Halifax op Nova Scotia en St.John’s op Newfoundland – maar wel veel kleine dorpen en vissersplaatsen langs de kust. In heel Atlantisch Canada speelt de zee een grote rol, met name door de visvangst en de oliewinning voor de kust. Vooral de kusten zijn interessant met ruige rotspartijen en besloten baaien en inhammen. Het intieme Prins Edward Island, een paradijs voor fietsers en wandelaars, heeft mooie zandstranden, op Newfoundland verrijzen de toppen van het prachtige Gros Morne National Park tot ca. 700 meter hoogte en u vindt er fjorden die tot diep in het land reiken. Langs de kusten leven verscheidene soorten zeedieren en vogels. Walvissen en dolfijnen laten zich regelmatig zien, wasberen, bevers en otters voelen er zich thuis en onder de vogels neemt de papegaaiduiker een bijzondere plaats in. De provincies hebben elk een eigen sfeer. Zo is het noorden van New Brunswick Frans georiënteerd en wordt op verscheidene plekken in Nova Scotia de geschiedenis levend gehouden zoals in Fort Louisbourg, in het stadje Lunenburg en in verspreid liggende historische plaatsjes, oude herbergen en archeologische vindplaatsen. Labrador is vooral woest en ruig met rendieren en elanden in het binnenland, ijsbergen voor de kust en walvissen in de baaien. Zeer bezienswaardig is de Fundybaai tussen Nova Scotia en New Brunswick, waar een getijdeverschil tot 15 meter optreedt en regelmatig walvissen te zien zijn.
|
|
|
|





